Afdrukken

Inleiding:

Samenvatting van de kerkgeschiedenis voor zover dit een relatie heeft met de Gereformeerde kerken in Nederland.

In de derde eeuw ontstond de katholieke kerk. Tijdens de reformatie, die waarschijnlijk al in de 15e eeuw begon, ontstond een Calvinistische leer, gebaseerd op de opvattingen van Johannes Calvijn, Desiderius Erasmus en Maarten Luther. Hieruit ontstond in 1571 de Nederduits(ch) Gereformeerde Kerk. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was dit de officiële kerk van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden geworden. Begin 19e eeuw, de tijd na Napoleon, verkeerde deze Nederduits(ch) Gereformeerde Kerk, niet in een bloeiperiode. Men wilde vooral rust en verdraagzaamheid. Het evangelie werd door velen versmald tot 'de weg der deugd'. 'Godsdienst en burgertrouw' was de leuze. De vrijzinnigheid kreeg daarbij vrij spel. Koning Willem I hield zich ook met kerkelijke vraagstukken bezig. Hij wilde een staatskerk en liet een kerkorde ontwerpen naar Engels model. Op 7 januari 1816 werd het Algemeen Reglement voor het bestuur der Nederlandsche Hervormde Kerk bij Koninklijk Besluit goedgekeurd. Dit ter vervanging van de DKO (Dordtse Kerkorde).

Tot twee maal toe hebben grote groepen gelovigen de Hervormde Kerk verlaten. Eerst met de Afscheiding (1834) en later met de Doleantie (1886) Deze twee afscheidingsbewegingen wilden weer terugkeren naar het serieus luisteren naar de Bijbel en het serieus nemen van de belijdenissen waarin de kerk in de geschiedenis haar geloof had beleden.

Afscheiding en vervolging
De Grondwet van 1814 bood gelijke bescherming aan alle bestaande godsdiensten.
Christelijk afgescheiden gemeenten waren aanvankelijk niet erkend en in verschillende plaatsen heeft vervolging plaatsgevonden. De afscheiding (1834) werd aanvankelijk geleid door ds. H. de Cock en in onze regio ds. H.P. Scholte. Door o.a. verschil van visie op kerk en verbond gingen die twee echter al snel na de erkenning een eigen weg. Onder de afgescheidenen tekenden zich ook twee groepen af. De gemeenten onder het kruis (de benaming wijst op de vervolgingen, waaronder men gebukt ging), terwijl de andere groep bekend stond als de afgescheidenen. In 1869 wisten de Kruisgezinden en de Afgescheidenen zich weer te vinden in de Christelijke Gereformeerde Kerk.

Emigratie
Ondanks de erkenning in 1841 emigreerden vele afgescheidenen, mede door de sociale en economische toestand, naar de Verenigde Staten van Amerika.

De Doleantie
In 1886 maakte zich weer een groep los van de Hervormde kerk. Deze dolerenden stichten de Nederduitsche Gereformeerde kerken.

Vereniging
In 1892 zijn de kerken uit de Afscheiding van 1834 en uit de Doleantie van 1886 weer verenigd in de Gereformeerde Kerken in Nederland. De grondslagen van de GKN werden gevormd door de bijbel en de gereformeerde belijdenisgeschriften: de Heidelbergse catechismus, de Dordtse leerregels en de Nederlandse geloofsbelijdenis. In principe lag de autonomie bij de plaatselijke gemeente, met de door de gemeenteleden gekozen kerkenraad aan het hoofd. De organisatie was gebaseerd op de kerkorde zoals die in 1618-1619 op de synode van Dordrecht was vastgesteld. Met
aanpassing aan de veranderde relatie van kerk en staat (1905) en enige kleine wijzigingen (in 1923 en 1933) is deze DKO in de Gereformeerde Kerken van kracht geweest tot 1959.

PKN

Op 1 mei 2004 zijn de Gereformeerde Kerken in Nederland met de Nederlandse Hervormde Kerk en de Evangelisch-Lutherse Kerk opgegaan in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN).

De afscheiding in Herwijnen, Hellouw en Haaften

Inleiding
Omdat de Christelijk afgescheidenen hier minderheden waren is de eenheid van kerk en dorp doorbroken. Het feit dat tot 1818 Hellouw en Haaften met Herwijnen één burgerlijke gemeente vormden speelt mogelijk ook een rol. Haaften heeft overigens gedurende een korte tijd (1853-1859) een eigen afgescheiden gemeente gehad.

Begin
In het akte boek staat dat op 1 januari 1836 negen huisgezinnen, bestaande uit 49 zielen, uitgingen van het zo zeer verbasterde kerkbestuur in die dagen. De Hervormde predikant vond dit aantal nogal meevallen, want hij rapporteerde aan het classicaal bestuur dat het aantal seperatisten verminderd is, want 13 à 14 jaren daarvoor bedroeg hun vergadering wel 70 personen.

Tezamen met enkele personen uit Hellouw en Haaften is het ledental eind 1836 opgelopen tot 158 en medio 1939 tot 196 leden.

Eerste Kerkenraad

Reeds in 1836 wordt de eerste kerkenraad gekozen. De kerkenraadsleden zijn echter pas op 27 oktober 1837 in de avonddienst, samen met kerkenraadsleden uit Aalst en Nederhemert, bevestigd in Zuilichem door ds. H.P. Scholte.

Doop

In de morgendienst van 27 oktober 1837 werd de eerste doop bediend aan tien kinderen. De tweede doop vond elf maanden later plats op 27 september 1838. Beide keren in Zuilichem door ds. Scholte. Daarna vond de doopbediening plaats in Herwijnen.

Geloofsbelijdenis

De eerste openbare geloofsbelijdenis is op 6 januari 1839. Zeventien leden, waaronder een aantal ouderen, leggen daarbij hun belijdenis af.

Vervolging

De eerste kerkdienst na de afscheiding was op zondagmorgen 3 januari 1836. Dezelfde avond bezorgde de veldwachter al een brief van de burgemeester met als titel “Middelen ter wering van ongeoorloofde godsdienstuitoefeningen” De burgermeester geeft daarin aan dat hem gebleken is dat er een ongeoorloofde godsdienstuitoefening heeft plaatsgevonden en dreigt met het weren daarvan met “den sterken arm”. Dat zijn naast processen verbaal, uiteendrijven van de vergaderingen en inkwartiering van het daarvoor benodigde detachement dragonders.
Aanvankelijk blijft het bij het opleggen van boeten, op 28 maart wordt een dienst verstoord door twee veldwachters en op 21 mei 1837 laat de burgermeester een godsdienstoefening daadwerkelijk uiteen drijven.

Van 1836 tot begin 1937 regende het bij een aantal afgescheidenen uit Herwijnen boetes. Zij stelden de rechtbank in Tiel op de hoogte zich niet bewust te zijn de wet te overtreden en de boetes niet te betalen nog voor de rechtbank te verschijnen. . Brieven van de rechtbank worden daarop ongeopend teruggezonden.

De rechtbank dacht korte metten te maken door alle boetes, behalve die van de ‘huisbazen’, over te dragen op één persoon. Dieles van Zanten kreeg meedere dwangschriften die hij weigerde te betalen, waarop tot twee keer toe een groot deel van het bezit gerechtelijk werd verkocht. Bijna alles werd, financieel geholpen door enkele gemeenteleden, gekocht door Aart (of Arie) van Dusseldorp, die de goederen terugschonk aan Dielis.

Willem de Bruyn wordt op 8 november 1837 van zijn schip gehaald en voor 6 maanden in Tiel gevangen gezet omdat hij zijn huis beschikbaar had gesteld voor een Godsdienst oefening en weigerde de daarvoor opgelegde boete te betalen. Toen men hem na het uitzitten van de straf wilde ophalen liet de gevangenbewaarder hem niet vrij omdat volgens hem de gevangenisstraf het dwangmiddel is om de boete te betalen en de boete nog steeds niet betaald was. Dit veroorzaakte grote beroering en de kerkenraad besloot in een biduur de Heere te smeken dat Hij het voornemen van de goddelozen wil verijdelen. Een week later wordt Willem uit de gevangenis ontslagen. Dit werd door de gemeente gevoeld als een droom waarvoor de Heere een dankuur gedankt werd omdat Hij zich heeft laten verbidden.

De tijd van vervolging werkte weldadig voor het leven van de gemeente. Men bad, smeekte, dankte en jubelde samen en groeide de gemeente tegen de verdrukking in. Toch kon niet iedereen de druk van de vervolging weerstaan en sommige keerden terug.

Van vervolging door medeburgers is in Herwijnen geen sprake geweest.

Erkenning

Op 21 januari 1841 wordt de Christelijke Afgescheiden gemeente in Herwijnen bij koninklijk besluit erkend en stoppen de vervolgingen. Koning Willem II heeft daarop een groot deel van de opgelegde boetes kwijtgescholden.

Eigen kerkgebouw en predikant,
Spoedig na de erkenning als Afgescheiden Christelijke gemeente wordt een kerkgebouw aangekocht. dat op 24 juli 1841 in gebruik wordt genomen. Door uitbreiding van de gemeente en na de dood van Dieles van Zanten werd het verlangen groot naar een eigen predikant. Op 28 juni 1843 vindt de intrede plaats van ds. G.J. Raid als eerste predikant. Willem de Bruyn heeft het gezin Raid en have, met zijn schuit, in ruim één dag van Gouda naar Herwijnen verhuisd.

Roerige jaren
De eerste jaren van de afscheiding waren roerig. Met het zoeken naar eenheid in geloofsovertuiging en kerkorganisatie kon aanvankelijk geen consensus gevonden worden. Gelukkig is Herwijnen in deze periode grote tegenstellingen bespaard gebleven.

Emigratie
Ds. H.P. Scholte, die gedurende het proces van afscheiding actief was en waardering genoot in onze regio, raakte met zijn uitgesproken standpunten meer en meer geïsoleerd. Hij – individualist pur sang – wilde prediken,
dopen en het Heilig Avondmaal bedienen zonder zich aan welke kerkelijke organisatie dan ook iets gelegen te laten en wordt in 1840 geschorst. Na 1841 maakten de meeste gemeenten en ook Herwijnen zich los van zijn invloed, maar hij bleef nog wel een trouwe aanhang houden.

In 1847 is ds. Scholten met zo’n 700 volgelingen, waaronder een aanmerkelijk aantal uit Herwijnen, geëmigreerd naar de Verenigde Staten van Amerika. Hun vertrek was niet louter door godsdienstige motieven ingegeven. Velen dachten aan de andere kant van de oceaan ook economisch een beter bestaan te vinden. De ‘scholtianen’ streken neer in Iowa waar ze de nederzetting Pella stichten, ook wel aangeduid als de ‘Strooien Stad’, een verwijzing naar de primitieve hutten waarin de landverhuizers de eerste tijd woonden. Het was een keihard bestaan, met veel te kleine en overvolle huizen, onhygiënische omstandigheden, met daarbij veel ziektes en kindersterfte, kortom in de beginperiode heel veel ellende. En dat laatste was nu net de reden waarom men uit Nederland vertrokken was. Scholte bleef de leider van de groep en hielp mee met de uitbouw van het stadje. Hij stichtte twee fabrieken: een steenoven en een houtzagerij. Ook was hij politiek betrokken. In tegenstelling tot andere afgescheiden emigranten naar Amerika sloot hij zich niet aan bij de Dutch Reformed Church, maar bleef zelfstandig. In 1855 werd de autoritaire Scholte echter uit zijn eigen kerk gezet, die zich vervolgens bij de Dutch Reformed Church aansloot.

De gemeente van ds. Scholte werd daarna aangeduid als "Protestants Gereformeerde Hollandsche Gemeente", en als hun principe werd vastgelegd, dat allen "werkende leden" waren en dat de bijbel alleen de grondslag en "kerkorde" is.

Ook bij de afgesplitste groep was men hierover nog steeds verdeeld. Er waren er die vonden dat alleen "de wettige herder en leraar" het woord en de sacramenten mocht bedienen. Zij die zich hiermee niet konden verenigen gingen verder in een derde groep als "De Eerste Christelijke Kerk van Pella". Naar de "tweede", de kerk van ds. Scholte, ging men niet terug vanwege allerlei grieven, ondanks spijt over de verspreide laster. Langzamerhand gingen al deze leden toch weer over naar de tweede groep, de "gereformeerde gemeente".

In 1868, een jaar na de dood van ds. Scholte viel, is zijn groep gelovigen opgeheven, en verspreid onder de andere kerkgenootschappen.

Predikanten

G.J. Raid

28 juni 1843 tot 28 feb 1848

 

G.B. Mos

8 nov 1848 tot 18 juli 1852

 

H.A. Jonkman

2 okt 1853 tot 28 febr. 1860

 

G. Lampen

4 okt 1860 tot 6 okt 1867

 

G.A. Kempff

13 okt 1867 tot 13 mrt 1870

 

W. Sieders

4 juni 1871 tot 2 juni 1873

 

H. Elffers

19 okt 1873 tot 2 juli 1876

 

J. Boss

12 aug 1877 tot 30 mei 1886

 

R. Loman

3 okt 1866 tot 12 sep 1899

 

G. Veenendaal

15 sep 1901 tot 3 jan 1904

 

J. Offringa

2 okt 1904 tot 24 nov 1912

 

J.P. Vischer

7 nov 1915 tot 30 sep 1917

 

R. Brouwer

11 jun 1922 tot 4 dec 1927

 

W.H. Bouwman

2 dec 1928 tot 20 okt 1946

 

G. Meijering

30 sep 1951 tot 20 apr 1969

 

C. van Ommen

12 sep 1971 tot 22 okt 1973

 

I. van Til

25 mei 1975 tot 1 dec 1980

 

Jac. Griffioen

27 juni 1982 tot 1987

 

L. van Wijngaarden

11 feb 1990 tot 16 aug 1999

 

T. Deelstra

27 aug 2000 tot 30 aug 2008

 

G.J. Mink

25 apr 2010 tot 23 april 2017